naar top
Menu
Logo Print
Artikel - 08/01/2018

SARKINGDAK, OF TOCH KLASSIEK ISOLEREN?

Van de materialen tot de correcte plaatsing

Via het dak gaat veel warmte uit een huis verloren, mogelijk wel tot 25% volgens het WTCB, terwijl de energiefacturen maar blijven stijgen. Een goede dakisolatie kan dus flink renderen. Hiervoor kunt u heel wat verschillende materialen inzetten. Ofwel volgens een klassieke isolatiemethode, zoals nog vaak met minerale wol, ofwel via het sarkingprincipe. Waar u echter ook voor kiest: alles staat of valt met een luchtdichte afwerking.


HARDSCHUIMPLATEN

PUR en PIR

Een eerste isolatieoplossing voor hellende daken zijn pur- en PIR-platen, of algemeen PU-platen. PU heeft een lambdawaarde van 0,019 tot 0,028 W/mK. De PIR- en purisolatieplaten zijn meestal bedekt met een waterafstotende, gasdichte en meerlaagse aluminium cachering of een folie uit zuiver aluminium. Sommige PIR-panelen zijn ook uitgerust met een extra onderdakfolie of afwerkingsplaat (volgens een fabrikant voor een betere geluidsisolatie), en mogelijk zelfs tengellatten en ingebouwde, houten verstijvers (waarover straks meer).

Resol

Dit type hardschuimplaat, op basis van bakeliet, isoleert net iets beter dan PIR en pur, met een lambdawaarde van 0,018 tot 0,021 W/mK. Het product is wel wat duurder. U gebruikt het volgens een bepaalde fabrikant ook beter niet in een vochtige omgeving.


MINERALE ISOLATIE

Minerale wol

Minerale wol (verzamelnaam voor rots- en glaswol) is bijzonder flexibel te plaatsen. Bovendien is het materiaal onbrandbaar en isoleert het geluid goed. De lambdawaarde van minerale wol voor een dak ligt tussen 0,032 en 0,040 W/mK.

Cellenglasisolatie

Deze isolatie bestaat uit geschuimd glas en heeft een lambdawaarde van 0,036 W/mK tot 0,042 W/mK. Het product biedt niet alleen een hoge drukvastheid, het is ook zeer licht en brandveilig (A1). Bovendien is het materiaal volledig vochtongevoelig, waardoor het vaak wordt ingezet voor de isolatie van overdekte privézwembaden.


ALTERNATIEVE ISOLATIEMATERIALEN

Cellulosevlokken

Deze biologische isolatie heeft een lambdawaarde van 0,038 W/mK. Tegelijk isoleren deze vlokken goed akoestisch en zijn ze sterk brandvertragend. Het product vult bovendien gegarandeerd de volledige isolatielaag, ook als het oude dak enkele centimeters doorhangt.

Houtvezelisolatie

Dit product bestaat uit samengedrukte houtvezels. De oplossing wordt vaak ingezet voor woningen met een volledige houtskeletbouw. De lambdawaarde ligt tussen 0,038 en 0,045 W/mK.

Reflecterende aluminiumisolatie

Dit isolatietype bestaat uit ten minste twee lagen aluminium, gepolijst en behandeld tegen oxidatie. Daartussen bevinden zich twee honingraatvormige en brandwerende lagen luchtbelletjes. Het materiaal isoleert omdat het stralingswarmte weerkaatst. Daardoor is het product zeer dun en flexibel aan te brengen. Volgens de fabrikant bestaan er zowel dampgesloten als dampopen oplossingen.

DRIE BASISREGELS

  • Voor het effectief en probleemloos functioneren van de isolatie moet die aan de buitenzijde beschermd worden tegen weersinvloeden. Normaal gezien gebeurt dit met een dampdoorlatend onderdak (onderdakfolie of onderdakplaten) onder de dakbedekking.
  • De isolatie aan de binnenzijde moet worden afgedicht met een luchtscherm, vooral omdat lucht die van binnenuit ontsnapt, kan leiden tot groot warmteverlies, condensatie en zelfs bouwschade. Vroeger was zo'n scherm meestal heel weinig dampdoorlatend. Onderzoek toonde echter aan dat het luchtscherm best niet te dampdicht is, zodat het dak naar binnen toe voldoende kan uitdrogen in warmere periodes. Vandaar de opkomst van dampremmen, als alternatief voor het luchtscherm. Vandaag vindt u er die minder damp doorlaten in koude periodes dan wanneer het warm is. Zo zijn constructies in de winter beschermd tegen vocht, en kunnen ze in de lente en zomer toch goed uitdrogen.
  • De isolatie moet steeds de volledige ruimte tussen het onderdak aan de buitenzijde en het luchtscherm aan de binnenzijde vullen, zonder tussenliggende luchtlagen.

HOE ZIT DE ISOLATIEOPBOUW INEEN …

Met minerale wol

Nog heel veel daken worden langs binnen geïsoleerd, bijvoorbeeld met minerale wol. Die brengt u aan de binnenzijde van het dak aan, tussen de kepers of spanten tot tegen het onderdak. Van minerale wol in rol-, plaat- of deltavorm snijdt u de gewenste breedte af, met enkele centimeters overmaat. Het materiaal klemt zich vast tussen het houtwerk, waarna u luchtdicht afwerkt met een dampscherm aan de binnenzijde. Kies wel de juiste dikte, want de isolatie moet de volledige hoogte van de daktimmer tussen het onderdak en het dampscherm vullen.

Om extra timmerwerk te vermijden bij een renovatie, gebruikt u een ophangsysteem, met stangen waarop u de minerale wol en vervolgens het dampscherm spiest. Zorg er dan wel voor dat elke doorboring van het dampscherm perfect luchtdicht afgedekt wordt.

Met cellulosevlokken

Deze vlokken worden dikwijls ingeblazen tussen een vochtregulerende, gewapende damprem langs de binnenkant van het dak en een dampdoorlatende, isolerende onderdakplaat in houtvezel, die ook goed akoestisch isoleert.

Met reflecterende aluminiumisolatie

Dit materiaal rolt u over de volledige dakstructuur uit, ook over de kepers. Het membraan wordt vastgeniet en de overlappingen ervan, voor de afdichting van de naden, zijn zelfklevend. Over het isolatieproduct gaat meteen de dakbedekking.


SARKINGDAK: ISOLATIESCHIL OVER HET HELE DAK

Koudebruggen vermijden

Zeer belangrijk voor het effectief isoleren is het vermijden van koudebruggen. De kans daarop is vooral groot bij aansluitingen tussen verschillende bouwelementen zoals het dak en een muur of een schouw. Het hout van de kepers en spanten kan eveneens een lichte koudebrug vormen als de isolatie daartussen steekt. Bepaalde PIR-platen bevatten ingebouwde houten verstijvers, waarbij er nog een laag PIR zit tussen de verstijver en de tengellat waarmee u het paneel vastschroeft. Zo zijn ze zelfdragend en vermijdt of reduceert u alvast enkele koudebruggen.

Sarkingdak als mogelijke oplossing

Een goede manier om koudebruggen te proberen te vermijden, is het plaatsen van een sarkingdak. Daarbij komt de isolatielaag volledig over de bestaande dakconstructie heen, zonder thermische onderbrekingen. De aansluiting tussen de dak- en muurisolatie mag wel niet uit het oog worden verloren. Enkele fabrikanten merkten op dat deze ingreep mogelijk duurder is dan klassiek isoleren.


OPBOUW VAN EEN SARKINGDAK

Bij een sarkingdak brengt u eerst een luchtscherm op de daktimmer aan (mag ook onder de kepers). Dit scherm moet kierloos aansluiten op alle aanpalende constructie-elementen. Dan volgt de isolatielaag boven op de kepers of spanten. Ten slotte brengt u een dampopen onderdakfolie aan, bevestigt u het geheel met latten en bedekt u het dak. Sommige merken bieden ook sarkingdakplaten met het onderdak er reeds op gelijmd.

Met PIR, pur, resol ...

Een sarkingdak isoleren kan met pur- en PIR-platen, maar bijvoorbeeld ook met resolhardschuimplaten. De resolpanelen zijn eventueel uitgerust met een geïntegreerde onderdakfolie en zelfklevende overlappingen. Isolatieplaten bieden mogelijk ook het al eerder vermelde tand-en-groefsysteem. Onthou als vuistregel dat de R-waarde van de bijkomende isolatie boven op het dampscherm het best anderhalf keer groter is dan de isolatie aan de warme zijde van het scherm, zodat de warme binnenlucht nooit tegen een kouder dampscherm condenseert.

Met cellenglasisolatie (vooral bij platte daken)

Dit type isolatie wordt altijd volgens het sarkingprincipe aangebracht. Het is bijzonder drukvast, u hoeft het dus niet te doorboren om het te bevestigen. Zo is de kans op het insijpelen van vocht zeer klein. Dit materiaal aanbrengen is niet eenvoudig: technische kennis is vereist.


CRUCIAAL: LUCHTDICHT

Een absolute must voor een effectieve dakisolatie is dat de isolatielaag volledig luchtdicht is afgewerkt, ongeacht of u nu langs buiten of binnen isoleert. Anders loopt u het risico dat er luchtstromen ontstaan binnen de laag, die warmte meenemen en vocht afzetten.

Binnenisolatie

Belangrijk is hierbij de keuze van het juiste damp- en luchtscherm. Het moet de dampdiffusie voldoende beperken, waarbij watermoleculen door de folie in de isolatie dringen en daar condenseren. Tegelijk moet het onderdak dampdoorlatend zijn, want ook het hout van de dakstructuur kan vocht bevatten, bijvoorbeeld door regen tijdens het werken.

Buitenisolatie (sarking)

Ook hier brengt u eerst een damp- en luchtscherm aan, boven op de daktimmer. Het moet onder meer luchtdicht aansluiten tot op het binnenpleisterwerk van de onderliggende muur. Bij een nieuwbouw lukt dit met een wachtfolie onder de muurplaat door geplaatst. Bij een renovatie is die folie afwezig en moet u dus rond alle kepers het scherm insnijden en luchtdicht afdichten, om het te kunnen doortrekken tot aan het pleister en daarop opnieuw luchtdicht aan te sluiten. Interessant alternatief bij renovatie: isoleer zowel het dak als de muren langs buiten. Daarbij trekt u eerst het luchtscherm door over de buitenzijde van de muren, waar u het luchtdicht aansluit op ramen en andere constructie-elementen. Vervolgens brengt u de muurisolatie aan. De isolatie moet volledig op het scherm aansluiten, zodat er geen bewegende luchtlaag tussen beide ontstaat. De isolatie en de folie worden ook het best zo weinig mogelijk onderbroken.

Perfecte afwerking nodig

De beste isolatie leidt maar tot weinig, als de afwerking niet voldoet. Alle naden moeten maximaal afgesloten zijn, ongeacht of u binnen of buiten isoleert. Sommige platen bieden hiervoor een tand-en-groefkliksysteem als hulp. Maar ook dan moet u alle verbindingen volledig dichtkleven of het volledige oppervlak bedekken met een luchtscherm. Maak steeds alle randaansluitingen dicht met tape, manchetten of kit.

LAMBDA?

Om te weten hoe goed het materiaal isoleert, moet er gekeken worden naar de lambdawaarde.Die wordt steevast uitgedrukt in W/mK. Hoe meer de lambdawaarde bedraagt, hoe kleiner de bekwaamheid van het product om warmte te geleiden.